van overleven
naar verloslaten
Goed voor je cliënten zorgen én voor jezelf:
word de ontspannen verloskundige die je altijd al wilde zijn
Je bent al een tijdje aan het werk als verloskundige en in plaats van dat het makkelijker wordt, voelt de verantwoordelijkheid steeds zwaarder.
Je collega’s lijken er geen moeite mee te hebben. Of in elk geval: ze laten het niet zien.
Je hebt geleerd om de veilige leider te zijn. Je stoerder voor te doen dan je je werkelijk voelt.
Maar na een dag spreekuur kom je geregeld thuis met hoofdpijn of kruip je weer achter de laptop om te checken of je niets vergeten bent.
Tijdens het praktijkoverleg durf je niks te zeggen wanneer blijkt dat de roostermaker jouw wensen genegeerd heeft. Salarisonderhandelingen vind je moeilijk.
Bij elke overdracht stap je onbewust weer terug in je studentenrol, klaar om kritiek te krijgen op jouw beleid.
Of je staat juist helemaal niet meer open voor feedback, omdat je dan nog meer gaat twijfelen aan jezelf.
Herken je dit?
van buiten
professioneel en kalm
van binnen
gestresst en uitgeput
Tijdens je nachtdienst komt de slaap niet, terwijl je die juist nu zo hard nodig hebt.
Je ligt te woelen.
Je loopt alle à-termen in je hoofd nog even na.
Je hoopt dat de telefoon niet gaat.
Zeker als je net begint, weegt de verantwoordelijkheid soms zo zwaar dat je er ’s nachts geregeld wakker van ligt.
Maar ook met veel ervaring kan dit je nog steeds overkomen. Zeker na een complicatie of lastige casus.
Terwijl: je moet slapen, omdat je telefoon elk moment kan gaan. Waardoor slapen nog minder lukt, en je steeds vermoeider wordt. En je nog meer piekert.
Herken je dit?
– Je functioneert goed, maar de angst om fouten te maken laat je niet los
– Je vindt de verantwoordelijkheid zwaarder dan je durft toe te geven
– Je hebt geleerd je gevoelens te verbergen en dat lukt prima, tot het niet meer lukt
– Voor de buitenwereld lijk je het goed voor elkaar te hebben, maar van binnen weet je wel beter
– Je energie gaat bijna volledig naar je werk; voor je privéleven blijft weinig over
– Je vraagt je soms af je wel het goede vak gekozen hebt: en alleen dat al voelt als falen
Dit zijn echter geen tekenen dat je niet goed genoeg bent. Of dat dit vak niet bij jou past. Het zijn signalen dat je begeleiding verdient die recht doet aan hoe zwaar dit vak echt is. En aan hoe sterk jij bent, dat je überhaupt zo ver gekomen bent.
Stel je voor…
… dat je voortaan ontspannen elke dienst in gaat.
Niet omdat de risico’s verdwenen zijn. Maar omdat jij anders met de verantwoordelijkheid omgaat. Vanuit vertrouwen in jezelf, in plaats vanuit angst voor wat er mis kan gaan.
En ook niet vanuit het vertrouwen dat je nooit een fout zal maken, maar vanuit het vertrouwen dat je weet dat je het áánkan, als dat toch een keer zou gebeuren.
… dat je van de praktijk naar huis rijdt zónder die knagende twijfel.
Zonder dat eenzame gevoel en die twijfel aan jezelf.
… dat je op een rustige manier je ‘grenzen’ aangeeft:
en voortaan gewoon vertelt wat je fijn vindt en wat vervelend.
Ook richting de generatie ‘niet lullen maar poetsen’, die jouw generatie wegzet als ‘sneeuwvlokjes’.
Stel je voor…
… dat je weer volop voelt waarom je dit vak ooit wilde gaan doen
Wil jij ook:
- Rustig slapen en vergeten dat je dienst had totdat de telefoon gaat?
- Zelfverzekerd communiceren met collega’s?
- Beleid maken zonder angst voor commentaar van anderen?
- Leren nee zeggen zonder schuldgevoel?
- Kunnen onderhandelen zonder jezelf weg te cijferen?
- Energie hebben voor een leven buiten je werk?
Want wat als je zo blijft doorgaan?
Angst en stress kosten energie. Elke dag weer. Totdat het je volledig heeft opgebrand. En anders dan je misschien denkt, word je er niet beter door. Je wordt er juist voorzichtiger, defensiever en vermoeider van. Op den duur kan je zelfs te maken krijgen met:
Chronische uitputting
Slecht slapen, hoofdpijn, emotionele uitputting en op den duur zelfs een grotere kans op het maken van fouten. Ironisch genoeg juist dat.
Verlies van plezier
Van ‘being with women’ naar ‘zorgen dat er niets misgaat’. En uiteindelijk misschien stoppen met het vak. Niet omdat je het niet kunt, maar omdat je het niet meer wil.
Steeds defensiever werken
Sneller insturen om risico te vermijden. Minder vertrouwen op de fysiologie en je klinische blik. Van begeleiden vanuit vertrouwen naar overleven vanuit stress.
Een burn-out
En dan hadden je collega’s toch gelijk: dat je inderdaad een sneeuwvlokje bent dat niks aankan. Terwijl het tegendeel waar is.
Je begon niet in dit vak om elke dienst te overleven
Je begon omdat je iets wilde betekenen voor anderen
Omdat je wilde bijdragen
Dat verlangen is er nog steeds
Klaar voor een ander gesprek?
Geen tijdelijke lapmiddelen meer die niet beklijven. Een bijscholing hier, een cursusje daar.
Echte, structurele begeleiding door iemand die begrijpt hoe het voelt om dit vak uit te oefenen.
Met alles wat daar bij hoort aan mooie en nare momenten.